Allergie Begrijpen

Werkingsmechanisme van de allergische reactie

Een allergische reactie is het gevolg van verstoorde immuunrespons na contact met een lichaamsvreemde stof, het allergeen. 

Het allergiemechanisme verloopt in twee fasen: een sensibilisatiefase tijdens dewelke het immuunsysteem de stof als een allergeen identificeert. Bij een tweede contact van het lichaam met het allergeen treedt de allergische fase op. Allergie kan de ogen, de huid, de luchtwegen, de neus of de bronchiën aantasten.

Onmiddellijke overgevoeligheid is het vaakst voorkomende mechanisme en veroorzaakt met name rinitis, conjunctivitis en allergisch astma.

 

 

De sensibilisatiefase 

  • • Wanneer het allergeen de eerste maal in contact komt met het lichaam (bijvoorbeeld na inhalatie of ingestie) wordt het herkend door de dendritische cellen, een bijzonder type witte bloedlichaampjes. Deze cellen komen in grote aantallen voor in de huid en de slijmvliezen en maken deel uit van de eerstelijnsafweer van het lichaam.
  • • Deze dendritische cellen geven de informatie van dit eerste contact van het lichaam met een allergeen door aan andere witte bloedlichaampjes, de B-lymfocyten. Deze lymfocyten veranderen dan in plasmocyten die een grote hoeveelheid allergiespecifieke antilichamen aanmaken, immunoglobulinen E (IgE). Deze IgE zijn kenmerkend voor een bepaald allergeen en komen alleen bij allergische patiënten voor.
  • • De IgE komen snel in het bloed terecht waar ze zich hechten aan mastocyten (cellen) in de huid en het slijmvlies. Mastocyten bevatten vele granula die het allergeen vangen bij zijn tweede contact met het lichaam.
  • • Dit eerste contact van het allergeen met het lichaam wordt zeer lang (tot verschillende jaren) "onthouden" door een andere categorie immuuncellen, de geheugen-T-lymfocyten. Deze eerste fase is een "stille" fase, d.w.z. dat de persoon die sensibiliseert (in plaats van gesensibiliseerd wordt) voor een allergeen geen bijzondere symptomen vertoont. De eigenlijke allergiesymptomen (zoals een lopende neus, rode tranende ogen, moeilijk ademen, rode en jeukende huid) treden pas op bij het volgende contact, zelfs na zeer lange tijd.

 

De fase van allergische reactie

  • • Het tweede contact van het allergeen met een "gesensibiliseerd" lichaam biedt de aan de IgE vastgehechte mastocyten de kans om in actie te komen. Ze vangen onmiddellijk het allergeen. Dit veroorzaakt een degranulatie van de mastocyten (vrijzetting van kleine blaasjes die chemische stoffen bevatten). Deze blaasjes bevatten onder andere histamine dat een belangrijke rol speelt bij allergie omdat het aan de basis ligt van de pathologieën.
  • • De informatie van dit tweede contact wordt in het lichaam verspreid en versterkt het fenomeen.